Door de nieuwe pensioenwet, officieel de Wet toekomst pensioenen (Wtp), moeten werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders nieuwe afspraken maken over pensioen. Deze veranderingen moeten uiterlijk 1 januari 2028 zijn doorgevoerd. Dat lijkt misschien nog ver weg, maar in de praktijk vraagt de overgang veel voorbereiding.
Wat moet je als werkgever nu al weten? En wanneer moet je in actie komen? In dit artikel zetten we de belangrijkste aandachtspunten voor je op een rij.
De basis van de Wet toekomst pensioenen
De Wet toekomst pensioenen verandert het aanvullende pensioen dat medewerkers opbouwen naast het basispensioen van de overheid, de AOW. Het gaat dus niet om het staatspensioen, maar om het pensioen dat wordt opgebouwd via een werkgever.
Heeft jouw organisatie geen collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)? Dan moet je zelf actie ondernemen. Alle pensioenregelingen moeten voor 1 januari 2028 zijn omgezet naar een regeling die past binnen het nieuwe pensioenstelsel.
Belangrijk om te weten: pensioenuitvoerders hebben gemiddeld zes tot achttien maanden nodig om zo’n overgang uit te voeren. Wachten tot je pensioenuitvoerder contact opneemt, is daarom geen verstandige strategie.
Daarom is ons advies: start tijdig met het maken van nieuwe pensioenafspraken met medewerkers en stel samen met je pensioenuitvoerder een transitieplan op. Dit transitieplan is verplicht binnen de Wtp.
Wat verandert er voor werkgevers?
De nieuwe pensioenwet heeft directe gevolgen voor de afspraken die je als werkgever met medewerkers hebt gemaakt. Welke acties nodig zijn, hangt af van twee vragen:
- Is pensioen voor jouw organisatie verplicht?
- Ben je aangesloten bij een CAO?
Is pensioen verplicht?
Niet elke werkgever is wettelijk verplicht om een aanvullend pensioen aan te bieden. In sectoren met een verplicht bedrijfstakpensioenfonds, zoals de horeca en de bouw, geldt deze verplichting wel. Ook organisaties die onder een CAO vallen, moeten zich aan de pensioenafspraken in die CAO houden.
Organisaties met CAO
Is jouw organisatie aangesloten bij een CAO? Dan hoef je voorlopig zelf geen nieuwe pensioenafspraken te maken. Vakbonden en pensioenuitvoerders onderhandelen over de nieuwe regelingen.
Wel is het belangrijk om het proces te blijven volgen. De uiteindelijke afspraken bepalen namelijk welke rol jij als werkgever krijgt, welke communicatie richting medewerkers nodig is en of je aanvullende acties moet ondernemen binnen je organisatie.
Organisaties zonder CAO
Ben je niet aangesloten bij een CAO? Dan ligt de verantwoordelijkheid bij jou als werkgever. Je moet:
- nieuwe pensioenafspraken maken met medewerkers,
- keuzes vastleggen bij de pensioenuitvoerder,
- en deze afspraken opnemen in het verplichte transitieplan.
Deze afspraken gaan onder andere over de hoogte van de premie, de manier van beleggen en de vraag of je gebruikmaakt van een overgangsregeling.
De overgangsregeling uitgelegd
De Wet toekomst pensioenen biedt de mogelijkheid van een overgangsregeling. Daarmee kunnen medewerkers die al in dienst waren vóór de invoering van de nieuwe regeling, hun bestaande pensioenregeling behouden. Nieuwe medewerkers vallen dan automatisch onder de nieuwe pensioenregeling.
Kies je niet voor een overgangsregeling, dan gaan alle medewerkers over naar de nieuwe regeling. Dat kan gevolgen hebben voor medewerkers tussen ongeveer 40 en 55 jaar, omdat zij minder tijd hebben om pensioen op te bouwen binnen het nieuwe systeem. In sommige gevallen is compensatie nodig.
Premies en beleggingen
De nieuwe pensioenwet vraagt ook om duidelijke keuzes over:
- welk deel van de premie wordt ingehouden op het loon,
- hoe de premie wordt belegd,
- en hoeveel risico daarbij wordt genomen.
Het is mogelijk om het beleggingsrisico af te stemmen op leeftijdscategorieën. Dat vraagt om bewuste keuzes en goede afstemming met de pensioenuitvoerder.
Wat verandert er voor medewerkers?
Het uitgangspunt van de nieuwe pensioenwet is dat pensioen meer meebeweegt met de economie. Gaat het economisch goed, dan kan het pensioen stijgen. Gaat het minder goed, dan kan het pensioen ook dalen.
Daarnaast krijgt iedere medewerker een eigen pensioenpot. Dit vergroot het inzicht in hoeveel pensioen is opgebouwd, zeker voor medewerkers die bij meerdere werkgevers hebben gewerkt.
Medewerkers ontvangen jaarlijks een overzicht van de ingelegde premies, de beleggingsresultaten en een indicatie van de verwachte pensioenuitkering. Belangrijk: deze bedragen zijn verwachtingen, geen garanties.
Heb je hulp nodig bij de nieuwe pensioenwet?
De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is complex en raakt zowel werkgevers als medewerkers. Heb je vragen of behoefte aan begeleiding, dan is het verstandig om tijdig contact op te nemen met je pensioenadviseur of pensioenuitvoerder.
Daarnaast is er een centraal informatieplatform opgezet door overheid en sociale partners: Werken aan ons Pensioen. Hier vind je uitgebreide uitleg, stappenplannen en hulpmiddelen rondom de Wet toekomst pensioenen.


