crisisheffing en premiekorting

Werk en Zekerheid

Het wetsvoorstel Werk en Zekerheid bevat maatregelen om oneigenlijk gebruik van flexibele arbeid en het ontslagrecht en de WW aan te pakken. De plannen gaan, als ze worden goedgekeurd gefaseerd in.

De Wet bevat maatregelen voor:

  • het begin van de arbeidsrelatie
  • tijdens de arbeidsrelatie
  • na de arbeidsrelatie
Bij het begin van de arbeidsrelatie
 
Voor tijdelijke contracten geldt nu nog de 3*3*3 regel. Tijdens een periode van drie jaar mogen maximaal drie tijdelijke contracten elkaar opvolgen. Dan volgt een pauze van drie maanden. Is die pauze er niet, dan is het vierde een contract voor onbepaalde tijd. Dat gebeurt ook als de drie tijdelijke contracten samen langer duren dan drie jaar. De formule wordt per 1 juli 2014 3*2*6. Dus drie contracten in twee jaar en dan minimaal zes maanden geen contract. Anders wordt het een vaste aanstelling. In CAO’s kan worden afgesproken dat het aantal kan worden verhoogd tot zes in vier jaar.
De proeftijd wordt afgeschaft voor contracten korter dan een half jaar. Ook wordt voor kortlopende contracten wordt het “concurrentiebeding” afgeschaft. In de zorg worden nulurencontracten verboden.

Voor contracten voor onbepaalde tijd verandert er niets.

Aan het einde van de arbeidsrelatie

Tijdelijke contracten van 6 maanden of langer hebben nu geen opzegtermijn. Deze opzegtermijn wordt een maand, of de medewerker krijgt een maandsalaris mee. Medewerkers van payrollbedrijven krijgen dezelfde bescherming als werknemers van het inhurende bedrijf. Dit wordt op 1 juli 2014 ingevoerd.

Ook het ontslagrecht gaat per 1 juli 2015 veranderen. Bij ontslag om economische reden moet het UWV het ontslag goedkeuren; bij ontslag om persoonlijke redenen de kantonrechter. Nieuw is dat werkgever en werknemer tegen de uitspraak in beroep kunnen gaan. Vrijwel iedereen krijgt, na twee jaar werken, een ontslagvergoeding van de werkgever; eenderde maandsalaris per gewerkt jaar met een maximum van € 75.000 of een jaarsalaris als dat hoger is.

Na de arbeidsrelatie

De werkloosheidsuitkering wordt ook aangepast. Vanaf 2016 wordt de maximale termijn (nu 38 maanden) elk kwartaal met een maand ingekort tot 24 maanden in 2019. Om recht te hebben op de maximale WW-termijn moet je 38 jaar werken. Nu wordt per gewerkt jaar een maand WW-termijn opgebouwd. Dat blijft straks de eerste tien jaar zo; daarna bouw je twee weken per gewerkt jaar op. De tot 2016 opgebouwde rechten blijven bestaan.

Vanzelfsprekend bevat het Wetvoorstel veel meer elementen. Je vindt ze allemaal op rijksoverheid.nl